Skip to content

Zoveel vormen van intelligentie!

Iedereen heeft talenten. Iedereen leert, leeft en groeit op zijn eigen manier.

Zoveel vormen van intelligentie!

Iedereen heeft talenten. Iedereen leert, leeft en groeit op zijn eigen manier.

Zoveel vormen van intelligentie!

Iedereen heeft talenten. Iedereen leert, leeft en groeit op zijn eigen manier. De theorie van Meervoudige Intelligentie (MI), ontwikkeld door Howard Gardner, biedt een inspirerend kader om die verscheidenheid te begrijpen en te benutten. Volgens MI beschikken alle mensen over meerdere intelligenties, zoals taalgevoeligheid, muzikaliteit, logisch denken, lichaamsgerichtheid, visueel inzicht, sociale gevoeligheid, zelfkennis en natuurgerichtheid. Niet de vraag “Hoe slim ben je?” staat centraal, maar: “Op welke manieren bén je slim?”

 Waarom MI juist zo belangrijk is voor mensen met een verstandelijke beperking?

Voor mensen met een verstandelijke beperking is leren vaak een uitdaging — zeker als het vooral via woorden of cijfers gaat. Door te denken in verschillende intelligenties kijk je verder dan wat iemand niet kan, en ontdek je juist de manieren waarop iemand wél leert en groeit.

Met Meervoudige Intelligentie:

  • Sluit je beter aan bij iemands leerstijl en talent,
  • Vergroot je motivatie, betrokkenheid en zelfvertrouwen,
  • Wordt leren leuker, betekenisvoller en praktischer.

Wanneer je als professional bewust gebruikmaakt van meerdere intelligenties, ontstaat er ruimte voor succeservaringen en voor persoonlijke ontwikkeling, afgestemd op de kracht en het tempo van de cliënt.

MI is een gedachtengoed, geen absolute waarheid.

Tegelijkertijd is het belangrijk om MI realistisch te benaderen. MI is een visie, geen absolute wetenschappelijke wetmatigheid. Iedereen beschikt over alle intelligenties, maar de mate waarin deze ontwikkeld zijn, verschilt. Sommige intelligenties zijn sterker zichtbaar, andere vragen meer ondersteuning om tot bloei te komen.

Álle intelligenties zijn nodig om als mens volledig tot ontwikkeling te komen. Daarom is het niet de bedoeling om iemand vast te plakken aan één intelligentie. MI vraagt om open kijken: wat laat iemand zien? Wat spreekt iemand aan? Wat kan nog groeien?

Staar je niet blind op één intelligentie.

In de praktijk is het verleidelijk om te focussen op de sterkste kant van iemand. Toch vraagt goed begeleiderschap om breed en veelzijdig te blijven stimuleren. Mensen leren en ontwikkelen zich op verschillende manieren, en juist de combinatie van intelligenties maakt groei mogelijk. Een cliënt die sterk is in muziek kan ook groeien in samenwerken, of een cliënt met ruimtelijk inzicht kan leren via beweging en taal.

MI betekent dus:

  • Kansen zien in ieders sterke kanten,
  • Diversiteit aan activiteiten inzetten,
  • Aandacht geven aan álle vormen van intelligentie,
  • Ontwikkelingsgericht, respectvol en inclusief werken.

Nieuwe intelligenties: Existentiële en Digitale intelligentie.

Naast de oorspronkelijke intelligenties zijn er twee nieuwe gebieden die steeds meer aandacht krijgen: Existentiële intelligentie en Digitale intelligentie. Deze zijn niet officieel door Howard Gardner erkend, maar sluiten aan bij de veranderende wereld waarin we leven.

  • Existentiële intelligentie gaat over nadenken over levensvragen, zingeving en verbondenheid met het grotere geheel.
  • Digitale intelligentie verwijst naar het bewust, kritisch en creatief omgaan met digitale technologieën en media.

In de hedendaagse samenleving zijn deze intelligenties van groeiend belang. Ze verdienen dan ook een plek in het brede MI-denken en in de manier waarop wij ontwikkeling ondersteunen.

MI als kompas.

Zie MI als een richtingwijzer om beter aan te sluiten bij de unieke mogelijkheden van ieder mens. Door bewust aandacht te geven aan alle intelligenties, creëren we een wereld waarin iedereen zich kan ontwikkelen — op zijn of haar eigen manier. In dit boekje verkennen we per intelligentie hoe je die kunt herkennen, stimuleren en inzetten in de praktijk, steeds met respect voor de persoon, zijn ontwikkeling en zijn eigen leerweg.

Inspiratiebron voor deze pagina.

De inspiratie voor deze pagina komt voort uit het gedachtengoed van Howard Gardner, grondlegger van de theorie van Meervoudige Intelligentie. Daarnaast is dankbaar gebruikgemaakt van praktijkgerichte uitwerkingen en toepassingen, zoals beschreven in het MI Complete Boek (Spencer Kagan & Miguel Kan), Aan het werk met Actiekaarten (Lia Bijkerk & Titia van der Ploeg) en heb ik kunnen putten uit jarenlange observaties tijdens mijn werk met kinderen en volwassen mensen met een verstandelijke beperking. Voor de toevoeging van Digitale intelligentie en de verdere verdieping van Existentiële intelligentie is geput uit actuele inzichten rond 21st century skills, mediawijsheid en zingeving. Deze combinatie van bronnen vormt de basis om MI toegankelijk, praktisch én verantwoord toe te passen binnen de begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking.

Dit is geschreven vanuit de wens om professionals te inspireren breed en talentgericht te kijken en zo bij te dragen aan betekenisvolle groei voor iedere cliënt.

Verbaal-linguïstische intelligentie

Verbaal-linguïstische intelligentie

Taal slim

Taal slim

Luisteren LezenPratenSchrijven
Luisteren LezenPratenSchrijven

Taal is mijn ding

Ik speel met woorden,
maak gedachten helder.
Ik zeg wat jij bedoelt,
maar nog niet hebt gezegd.

De pen is mijn stem,
met taal maak ik ruimte.
Ik spreek en ik schrijf,
geef stem aan wat stil bleef.

Taal helpt mij denken,
maakt duidelijk wat leeft.
Ik geef woorden aan dromen,
aan alles wat zweeft.

Mensen met een sterk verbaal-linguïstisch talent denken en leren in woorden. Ze genieten van spreken, luisteren, schrijven en verhalen vertellen, en uiten zich graag via taal op hun eigen niveau. In hun leerproces helpt het als ze ervaringen kunnen bespreken en informatie in eenvoudige taal en herhaling krijgen. Taal is in begeleiding vaak het belangrijkste middel, maar let op: veel praten betekent niet altijd goed begrijpen. Afstemmen, visuele ondersteuning en het actief checken van begrip blijven essentieel. Typisch gedrag: veel vragen stellen, vertellen en oog hebben voor details in taal.

  • Gebruik korte verhaaltjes om nieuwe situaties uit te leggen
  • Laat de cliënt zelf navertellen wat er besproken is (“wat heb je gehoord?”)
  • Laat de cliënt een gesproken memo inspreken als herinnering
  • Gebruik rijmen of slogans om afspraken te onthouden
  • Werk met story cubes of vertelstenen om gesprekken op te starten
  • Maak een dagboekje of fotoverslag waarin de cliënt zelf vertelt
  • Organiseer een mini-podcast waarin cliënten zelf korte stukjes inspreken
  • Schrijf kernwoorden op kaartjes en laat de persoon kiezen welke woorden het
  • Beste bij hem passen om zo het gesprek te starten
  • Gebruikt de persoon uit zichzelf taal om iets te vertellen?
  • Vraagt de persoon om uitleg als iets onduidelijk is?
  • Kan de persoon navertellen wat hij gehoord of meegemaakt heeft?
  • Zoekt de persoon naar woorden, gebaren of beelden om zich uit te drukken?
  • Laat de persoon plezier zien bij praten, schrijven of taalspelletjes.

Muzikaal-ritmische intelligentie

Muzikaal-ritmische intelligentie

Muziek slim

Muziek slim

GeluidMuziekRitmeKlankherkenning
GeluidMuziekRitmeKlank

Muziek zit in mij

Ik hoor de toon,
voel ritme en rijm.
Wat jij zegt met woorden,
zing ik op mijn eigen lijn.

Ik onthoud met klanken,
leer door een lied een woord.
Wat in stilte verdwijnt,
wordt in muziek weer gehoord

Een lied maakt me blij,
een beat laat me gaan.
Zet muziek op,
en ik ga aan.

Mensen met een sterk muzikaal-ritmische intelligentie denken, voelen en leren via geluid, ritme en muziek. Ze genieten van klanken, melodieën en patronen in geluid. Muziek helpt hen emoties te reguleren, informatie te onthouden en contact te maken. In hun leerproces hebben zij behoefte aan ritmische ondersteuning, herhaling in zang of beweging, en klankrijke ervaringen. Let op: Niet iedereen die van muziek houdt kan abstracte ritmes begrijpen; ervaringsgericht en speels aansluiten is essentieel. Typisch gedrag: neuriën, klappen, bewegen op muziek, reageren op geluiden.

  • Gebruik liedjes om dagelijkse handelingen aan te kondigen (bijv. opruimliedje).
  • Laat de cliënt klappen of stampen in ritme om afspraken te onthouden.
  • Speel herkenbare muziek af tijdens activiteiten om sfeer en structuur te bieden.
  • Zing instructies op een bekende melodie.
  • Gebruik ritmisch tellen bij het leren van stappenplannen.
  • Verbind emoties aan muziek: “Hoe voel jij je bij dit liedje?”
  • Gebruik een drum of klapritme als signaal voor aandacht.
  • Laat de cliënt bewegen op het ritme van muziek (dans, stappen, zwaaien).
  • Maak samen een muzieklijst voor verschillende momenten van de dag.
  • Reageert de persoon zichtbaar op muziek of ritmische geluiden?
  • Neuriët, zingt of klapt de persoon spontaan tijdens activiteiten?
  • Kiest de persoon vaak voor activiteiten waarin muziek of ritme centraal staan?
  • Beweegt de persoon automatisch mee op muziek?
  • Gebruikt de persoon geluid of ritme om spanning te reguleren (bijv. wiegen, tikken)?

Intrapersoonlijke intelligentie

Intrapersoonlijke intelligentie

Zelf slim

Zelf slim

ZelfinzichtReflectieGevoelensEigen keuzes
ZelfinzichtReflectiesGevoelensEigen keuzes

Ik ken mezelf

Ik voel van binnen
wat goed is voor mij.
Ik neem even pauze,
en denk er rustig bij.

Ik stel mij een vraag,
en luister heel zacht.
Wat wil ik echt?
Wat geeft mij kracht?

Ik volg mijn gevoel,
vertrouw op mij.
Ik kies mijn eigen weg,
en dat maakt me vrij.

Mensen met een sterke intrapersoonlijke intelligentie hebben gevoel voor hun eigen gedachten, gevoelens en behoeften. Ze kunnen goed naar binnen kijken, herkennen wat ze nodig hebben en willen vaak zelfstandig beslissingen nemen. In hun leerproces hebben ze behoefte aan tijd voor zelfreflectie, ruimte om eigen keuzes te maken en activiteiten die aansluiten bij hun interesses. Let op: Mensen met een verstandelijke beperking kunnen hun gevoelens soms moeilijk onder woorden brengen; signalen kunnen subtiel zijn. Typisch gedrag: behoefte aan tijd alleen, zelf willen bepalen, nadenken over keuzes.

  • Stel vragen als “Hoe voel je je hierbij?” of “Wat wil jij kiezen?”
  • Geef ruimte om zelf activiteiten of volgorde te kiezen.
  • Gebruik emotiekaartjes om gevoelens te herkennen en te benoemen.
  • Laat de cliënt een eigen doelenkaart maken met persoonlijke wensen.
  • Stimuleer het bijhouden van een eenvoudig dagboek (schriftelijk of visueel).
  • Plan momenten van rust en stilte voor zelfreflectie.
  • Gebruik een ‘moodmeter’ om stemming aan te geven.
  • Stimuleer korte zelfreflecties: “Wat ging goed vandaag?”
  • Werk met een eenvoudig ‘wie ben ik’-boekje waarin de cliënt zichzelf beschrijft.
  • Neemt de persoon regelmatig tijd om na te denken of tot rust te komen?
  • Laat de persoon blijken eigen voorkeuren of meningen te hebben?
  • Reageert de persoon bewust op vragen over zijn gevoelens of keuzes?
  • Probeert de persoon zelfstandig beslissingen te nemen over activiteiten of daginvulling?
  • Voelt de persoon zich prettig bij individuele activiteiten?

Lichamelijk-kinesthetische intelligentie

Lichamelijk-kinesthetische intelligentie

Doe slim

Doe slim

BewegingHandelenMotoriekVoelen
BewegingHandelenMotoriekVoelen

Ik beweeg mee

Ik denk met mijn lichaam,
ik voel als ik doe.
Als ik beweeg,
raakt mijn hoofd niet moe.

Mijn handen vertellen,
mijn voeten zijn snel.
Wat ik niet kan zeggen,
laat ik zien met mijn spel.

Ik sta niet stil,
ik leef in beweging.
Dat is mijn kracht,
mijn eigen spil.

Mensen met een sterke lichamelijk-kinesthetische intelligentie leren door bewegen, voelen en doen. Ze verwerken informatie via hun lichaam en motoriek en hebben vaak een sterke behoefte om actief bezig te zijn. In hun leerproces hebben zij baat bij activiteiten waarin handelen, bewegen en voelen centraal staan. Let op: Bij mensen met een verstandelijke beperking kan de motorische uitvoering beperkt zijn; het gaat om de voorkeur voor bewegen als leervorm, niet om motorische perfectie. Typisch gedrag: veel bewegen, dingen willen aanraken, voorkeur voor leren via doen.

  • Gebruik bewegingsoefeningen bij het aanleren van nieuwe vaardigheden.
  • Laat de cliënt stappen uitbeelden in plaats van alleen vertellen.
  • Zet korte beweegmomenten in tijdens begeleidingsmomenten.
  • Laat de cliënt dingen vastpakken, voelen en onderzoeken.
  • Gebruik voelmaterialen bij uitleg (bijv. zachte, ruwe, gladde voorwerpen).
  • Bied activiteiten aan waarbij het lichaam actief gebruikt wordt, zoals dans of sport.
  • Gebruik een fysieke route (bijv. voetstappen op de vloer) om volgorde aan te leren.
  • Betrek praktische taken zoals koken, tuinieren of knutselen in het leerproces.
  • Gebruik handgebaren of lichaamstaal ter ondersteuning van taalbegrip.
  • Beweegt de persoon graag en regelmatig tijdens activiteiten?
  • Leert de persoon sneller als hij iets actief mag doen of nadoen?
  • Toont de persoon onrust als hij lang moet stilzitten of luisteren?
  • Voelt de persoon zich prettig bij taken waarbij bewegen centraal staat?
  • Reageert de persoon enthousiast op spelletjes, sport of rollenspellen?

Logisch-mathematische intelligentie

Logisch-mathematische intelligentie

Logica slim

Logica slim

ConcreetPatronenProbleemoplossingKeuzes maken
ConcreetPatronenOplossingenKeuzes maken

Ik denk in logica

Ik zie het patroon,
ik analyseer door.
Ik stel slimme vragen,
totdat ik snap waarvoor.

Ik puzzel met cijfers,
Ik reken het uit.
Ik hou van structuur,
en denk stap voor stap vooruit.

Wat anderen vaag maken,
maak ik weer heel.
Logisch en helder,
zo begrijp ik het geheel.

Mensen met een sterke logisch-mathematische intelligentie denken graag in structuren, logica en oorzaak-gevolgrelaties. Ze houden van ordenen, redeneren, problemen oplossen en wikken en wegen tussen mogelijkheden. In hun leerproces hebben zij behoefte aan duidelijkheid, stapsgewijze uitleg en ruimte om verbanden te ontdekken. Let op: Bij mensen met een verstandelijke beperking vindt logisch redeneren vooral op concreet niveau plaats. Patronen herkennen, keuzes maken en eenvoudige probleemoplossing zijn belangrijker dan abstracte logica. Typisch gedrag: dingen ordenen, vragen stellen over het waarom, zoeken naar regels of structuren.

  • Laat de cliënt eenvoudige patronen leggen met blokken, kralen of kleuren.
  • Stimuleer het sorteren van materialen (bijv. groot-klein, hard-zacht, kleur).
  • Gebruik simpele raadsels of “wat hoort er niet bij?”-spelletjes.
  • Oefen oorzaak-gevolg door actie-reacties (druk op knop = geluid).
  • Speel ‘wat als’-spelletjes: “Wat gebeurt er als…?”
  • Werk met puzzels of eenvoudige escape-oefeningen (bijv. slotje zoeken).
  • Gebruik weegschalen of balansspellen om keuzes te maken
  • Ontwikkel samen simpele regels voor een groepsspel.
  • Zet ontdek-activiteiten in: “Onderzoek welke bal rolt het snelst.”
  • Heeft de persoon plezier in ordenen, sorteren of structureren van materialen?
  • Stelt de persoon vragen over waarom of hoe dingen werken?
  • Geniet de persoon van spelletjes waarbij regels of patronen belangrijk zijn?
  • Zoekt de persoon uit zichzelf naar structuren, regels of patronen?
  • Weegt de persoon verschillende mogelijkheden af voordat hij een keuze maakt?

Naturalistische intelligentie

Naturalistische intelligentie

Natuur slim

Natuur slim

NatuurbelevingDierenBuiten zijnVerzorgen
NatuurbelevingDierenBuiten zijnVerzorgen

Ik hoor bij de natuur

Ik voel de aarde
onder mijn voet.
Mijn lijf kent dit gevoel
en weet wat het doet.

Ik snap hoe iets groeit,
hoe een dier iets bedoelt.
Ik kijk en ik luister,
alles heeft gevoel.

De natuur is mijn taal,
ik hoor wat zij zegt.
Ik volg, ik verzorg,
en voel: dit is echt.

Mensen met een sterke naturalistische intelligentie voelen zich verbonden met de natuur, dieren en het buitenleven. Ze genieten van ontdekken, verzamelen, verzorgen en zijn opmerkzaam voor verschillen in hun omgeving. Buiten zijn geeft hen energie en helpt hen om te leren en te ontspannen. In hun leerproces hebben zij behoefte aan activiteiten waarin zintuigen, natuurbeleving en verzorgende taken centraal staan. Typisch gedrag: aandachtig kijken naar dieren en planten, voorwerpen uit de natuur verzamelen, genieten van buitenactiviteiten en nieuwsgierig reageren op natuurverschijnselen.

  • Ga samen buiten wandelen en benoem wat je ziet.
  • Laat cliënten bladeren, bloemen of stenen verzamelen en sorteren.
  • Werk met kleine moestuintjes of planten om te verzorgen.
  • Organiseer eenvoudige dierverzorgingsactiviteiten (bijv. voeren of borstelen).
  • Gebruik natuurmaterialen in creatieve opdrachten
  • Houd een weerkalender bij: zon, regen, wind.
  • Stimuleer observeren: “Hoeveel soorten vogels zie je vandaag?”
  • Maak natuurgeluiden-opnames en laat de cliënt raden wat hij hoort.
  • Creëer een natuurhoek met gevonden voorwerpen.
  • Besteedt de persoon aandacht aan dieren, planten of natuurverschijnselen?
  • Geniet de persoon zichtbaar van het verzamelen van natuurlijke voorwerpen?
  • Reageert de persoon nieuwsgierig op veranderingen in het weer of seizoenen?
  • Vraagt of praat de persoon over dieren, planten of natuur?
  • Toont de persoon rust of enthousiasme bij contact met de natuur?

Visueel-ruimtelijke intelligentie

Visueel-ruimtelijke intelligentie

Beeld slim

Beeld slim

BeeldVisualiserenVorm en kleurRuimtelijk inzicht
BeeldVisualiserenVorm en kleurRuimtelijk inzicht

Ik zie het voor me

Ik denk in beelden,
ik zie het meteen.
Wat jij zegt in zinnen,
tovert een beeld bij mij van binnen.

Foto’s en vormen
staan helder geprent.
Mijn hoofd is een atlas
die beelden herkent.

Ik orden mijn denken,
zet het op papier.
Wat ik wil begrijpen,
komt tot leven hier.

Mensen met een sterke visueel-ruimtelijke intelligentie denken in beelden, vormen en kleuren. Ze praten beeldend en onthouden gemakkelijk wat ze zien. Ervaringen beschrijven ze vaak levendig in visuele details. Ze werken graag met tekeningen, puzzels, bouwmaterialen en visuele structuren. In hun leerproces hebben zij baat bij visuele ondersteuning, overzicht en activiteiten waarin kijken, ordenen, bouwen en creëren centraal staan. Typisch gedrag: situaties visualiseren, oog hebben voor details, beeldend spreken en graag ordenen of ontwerpen.

  • Gebruik pictogrammen of foto’s om afspraken te verduidelijken.
  • Laat de cliënt tekeningen maken van een situatie of ervaring.
  • Gebruik kleuren om volgordes of groepen aan te geven.
  • Werk met bouwmateriaal zoals blokken, lego of puzzels.
  • Laat de cliënt een plattegrond tekenen of volgen (bijv. looproute).
  • Stimuleer het gebruik van mindmaps of woordwebben.
  • Laat cliënten zelf foto’s maken van belangrijke plekken of handelingen.
  • Gebruik memory-spelletjes met afbeeldingen om geheugen te trainen.
  • Gebruik maquettes of miniatuurmodellen om situaties na te bootsen.
  • Denkt of praat de persoon in beelden, vormen of kleuren?
  • Beschrijft de persoon ervaringen levendig en visueel?
  • Heeft de persoon plezier in tekenen, bouwen of puzzelen?
  • Onthoudt de persoon gemakkelijk wat hij ziet (bijv. routes, plaatsen, voorwerpen)?
  • Heeft de persoon oog voor details in wat hij ziet (bijv. kleuren, vormen, volgorde)?

Interpersoonlijke intelligentie

Interpersoonlijke intelligentie

Samen slim

Samen slim

SamenwerkenInlevenRelatiesCommunicatie
SamenwerkenInlevenRelatiesCommunicatie

Wij zijn samen

Ik voel wie je bent,
en zie wat je doet.
Ik stem op je af,
met vertrouwen en moed.

Ik hoor bij de groep,
we bewegen als één.
We vangen elkaar,
en laten niemand alleen.

Ik geef en ik luister,
en voel me erbij.
Schouder aan schouder,
dat maakt ons allebei blij.

Mensen met een sterke interpersoonlijke intelligentie voelen zich prettig in contact met anderen. Ze begrijpen gevoelens, signalen en behoeften van anderen en zoeken graag samenwerking en interactie. In hun leerproces hebben zij baat bij activiteiten waarin sociaal contact, samenspel en groepsprocessen centraal staan. Ze leren het beste door te overleggen, samen te werken en te delen. Typisch gedrag: initiatief nemen tot contact, goed reageren op emoties van anderen, samenwerken aan taken, graag betrokken zijn bij groepsactiviteiten.

  • Gebruik coöperatieve spellen waarin samenwerken belangrijker is dan winnen.
  • Stimuleer samen doelen stellen en taken verdelen.
  • Organiseer kringgesprekken waarin ieder zijn mening kan geven.
  • Laat cliënten elkaar complimenten geven of positieve dingen benoemen.
  • Gebruik rollenspellen om sociale situaties te oefenen.
  • Werk met duo-opdrachten waarbij overleg nodig is.
  • Laat cliënten elkaar helpen bij eenvoudige taken.
  • Zet vertrouwensoefeningen in (bijv. leiden met ogen dicht).
  • Werk met ‘buddy-systemen’ waarin cliënten elkaar ondersteunen.
  • Neemt de persoon initiatief tot contact met anderen?
  • Reageert de persoon bewust op gevoelens of gedrag van anderen?
  • Toont de persoon plezier in samenwerken of samen activiteiten doen?
  • Vraagt of biedt de persoon hulp aan anderen?
  • Is de persoon opmerkzaam voor spanningen of stemmingen in de groep?

Existentiële intelligentie

Existentiële intelligentie

Leven slim

Leven slim

ZingevingVerwonderingGroter geheelBetekenis zoeken
ZingevingVerwonderingGroter geheelBetekenis zoeken

Wij zijn samen

Ik voel wie je bent,
en zie wat je doet.
Ik stem op je af,
met vertrouwen en moed.

Ik hoor bij de groep,
we bewegen als één.
We vangen elkaar,
en laten niemand alleen.

Ik geef en ik luister,
en voel me erbij.
Schouder aan schouder,
dat maakt ons allebei blij.

Mensen met een sterke interpersoonlijke intelligentie voelen zich prettig in contact met anderen. Ze begrijpen gevoelens, signalen en behoeften van anderen en zoeken graag samenwerking en interactie. In hun leerproces hebben zij baat bij activiteiten waarin sociaal contact, samenspel en groepsprocessen centraal staan. Ze leren het beste door te overleggen, samen te werken en te delen. Typisch gedrag: initiatief nemen tot contact, goed reageren op emoties van anderen, samenwerken aan taken, graag betrokken zijn bij groepsactiviteiten.

  • Gebruik coöperatieve spellen waarin samenwerken belangrijker is dan winnen.
  • Stimuleer samen doelen stellen en taken verdelen.
  • Organiseer kringgesprekken waarin ieder zijn mening kan geven.
  • Laat cliënten elkaar complimenten geven of positieve dingen benoemen.
  • Gebruik rollenspellen om sociale situaties te oefenen.
  • Werk met duo-opdrachten waarbij overleg nodig is.
  • Laat cliënten elkaar helpen bij eenvoudige taken.
  • Zet vertrouwensoefeningen in (bijv. leiden met ogen dicht).
  • Werk met ‘buddy-systemen’ waarin cliënten elkaar ondersteunen.
  • Neemt de persoon initiatief tot contact met anderen?
  • Reageert de persoon bewust op gevoelens of gedrag van anderen?
  • Toont de persoon plezier in samenwerken of samen activiteiten doen?
  • Vraagt of biedt de persoon hulp aan anderen?
  • Is de persoon opmerkzaam voor spanningen of stemmingen in de groep?

Digitale intelligentie

Digitale intelligentie

Digi slim

Digi slim

TechnologieMediawijsheidCreativiteitKritisch denken
TechnologieMediawijsheidCreativiteitKritisch denken

Ik werk digitaal

Ik klik en ik bouw,
De computer staat paraat.
Hij doet wat ik bedenk,
digitaal is mijn maat.

Ik denk in systemen,
in structuur en bestand.
Eén muisklik is genoeg,
ik heb het in de hand.

Ik bundel mijn kracht,
mens en machine als één.
We bouwen de toekomst,
doordacht en meteen.

Mensen met een sterke digitale intelligentie navigeren bewust en vaardig in de digitale wereld. Ze begrijpen hoe technologie werkt, kunnen digitale tools creatief inzetten en denken kritisch na over de invloed van digitale media op henzelf en anderen. In hun leerproces hebben zij baat bij activiteiten die digitale vaardigheden combineren met reflectie en ethisch bewustzijn. Typisch gedrag: nieuwsgierigheid naar technologie, creatief gebruik van digitale middelen, kritisch nadenken over online informatie en bewust omgaan met digitale communicatie.

  • Laat cliënten hun eigen verhaal vertellen met foto’s en audio.
  • Oefen vaardigheden met apps
  • Bespreek samen eenvoudige nieuwsberichten of video’s.
  • Creëer samen digitale tekeningen of collages.
  • Simuleer chats of e-mails met begeleiders.
  • Bezoek online musea of dierentuinen.
  • Gebruik apps om de dagstructuur visueel te maken.
  • Gebruik apps om samen muziek te creëren.
  • Maak opdrachten waarbij cliënten QR-codes scannen voor informatie.
  • Toont de persoon interesse in het gebruik van digitale apparaten?
  • Gebruikt de persoon digitale middelen om zichzelf uit te drukken?
  • Vindt de persoon het prettig om te leren via digitale tools?
  • Toont de persoon creativiteit in digitale omgevingen?
  • Gaat de persoon bewust om met online communicatie?
Click to Hide Advanced Floating Content


Bekijk mijn Workshop en Training aanbod!

Marleen van der Duin

Ik reageer zo snel als ik kan :-)

Hoi! Heb je vragen of wil je mij spreken? Je kunt mij het beste mailen of een whatsapp bericht sturen. Ik reageer meestal binnen een paar uurtjes.